Pensioen

Welkom bij Pensioenfonds AFM

Het Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In deze eerste laag lees je in het kort de belangrijkste informatie over je pensioenregeling. In laag 2 vind je meer informatie over alle onderwerpen in laag 1. Tot slot vind je in laag 3 juridische en beleidsmatige informatie van ons pensioenfonds. Je kunt laag 1 van het Pensioen 1-2-3 ook downloaden.

Wat krijg je in onze pensioenregeling?

Ga je met pensioen? Dan krijg je ouderdomspensioen. Dat ouderdomspensioen ontvang je op je AOW-leeftijd of anders je 67ste.

Ouderdomspensioen

Via je werkgever AFM neem je deel in de pensioenregeling van Pensioenfonds AFM en bouw je ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvang je als je de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Je ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Je kunt het ouderdomspensioen vóór je AOW-gerechtigde leeftijd laten ingaan, maar niet eerder dan met 60 jaar. Je krijgt dan natuurlijk wel een lagere pensioenuitkering.

De pensioenregeling van pensioenfonds AFM is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouw je pensioen op over een deel van het pensioengevend loon dat je in dat jaar hebt verdiend. Je bouwt pensioen op over het bedrag vanaf de fiscaal minimale franchise. De franchise is het deel van het salaris waarover je geen pensioen opbouwt, omdat je straks ook een AOW ontvangt. De fiscaal minimale franchise voor 2017 is € 13.123,-

Het bruto pensioengevend loon -/- de fiscaal minimale franchise is het deel waarover pensioen wordt opgebouwd. Dit bruto pensioengevend loon is  gemaximeerd op € 103.317,- (2017). Wij streven naar een pensioenopbouw van 1,875%. Als de premie die het pensioenfonds ontvangt in een jaar onvoldoende is om de pensioenafspraak van 1,875% in te kopen, bouw je een lager percentage aan pensioen op.

Klik door naar laag 3

Kom je te overlijden? Dan krijgt je partner partnerpensioen en krijgen je kinderen wezenpensioen.

Partner- en wezenpensioen

De AFM-pensioenregeling is er niet alleen voor jouw oude dag. Je bouwt ook pensioen op voor een uitkering voor eventuele nabestaanden ingeval van overlijden. Het nabestaandenpensioen bestaat uit twee delen: voor je partner is er partnerpensioen en voor minderjarige kinderen is er wezenpensioen. Je bouwt dus niet alleen rechten op voor jezelf, maar ook voor je partner en kinderen.

Voor samenwoners is het van groot belang te weten dat zij hun partner bij Pensioenfonds AFM moeten aanmelden. Alleen dan komt hij of zij in aanmerking voor het partnerpensioen. Een partner is degene met wie je getrouwd bent of degene waarmee je een geregistreerd partnerschap hebt. Woon je al wel meer dan 5 jaar samen? Dan is diegene waar je mee samenwoont ook partner in het kader van de pensioenregeling. Dit geldt alleen als het geen familielid is en als je kan aantonen dat jij en je partner 5 jaar op hetzelfde adres staan ingeschreven. Dit kan door een uittreksel van de burgerlijke stand op te sturen naar Pensioenfonds AFM.

Woon je nog geen 5 jaar samen? Dan kan je partner toch voor partnerpensioen in aanmerking komen als er een door de notaris opgesteld samenlevingscontract is. Deze notariële akte moet 1 jaar van kracht zijn, voordat het partnerpensioen wordt toegewezen. Neem voor het aanmelden van je partner contact op met de afdeling personeelsadministratie van de AFM.

ANW-regeling

Als je overlijdt, heeft je partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Je partner moet minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover staat op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

 

Hoeveel partnerpensioen krijgt mijn partner als ik overlijd?

Overlijd je tijdens je dienstverband bij de AFM? Dan ontvangt je partner een partnerpensioen van in beginsel 70% van de nagestreefde (normatieve) opbouw ouderdomspensioen. Dit is het ouderdomspensioen dat je opgebouwd zou hebben als je tot de reguliere pensioendatum in dienst was gebleven. Hierbij wordt er gekeken naar de pensioengrondslag en de arbeidstijd die op het moment van overlijden voor jou van toepassing zijn. Het partnerpensioen berekenen wij op de volgende manier:

·         70% van het ouderdomspensioen dat je tot het moment van overlijden hebt opgebouwd;

·         het op moment van overlijden geldende opbouwpercentage partnerpensioen per jaar van de toekomstige pensioenopbouw. Dit zijn de jaren tussen het moment van overlijden en je pensioendatum als je in dienst was gebleven.

Hoeveel dat precies is kun je lezen in het jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht onder het kopje ‘Bij overlijden voor de pensioendatum’.

 

Overlijd je na pensionering?

Dan heeft je partner in principe recht op een partnerpensioen ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen dat je zelf ontving. Maar: als je bij pensionering de keuze maakte om het recht op partnerpensioen op te geven in ruil voor een hoger ouderdomspensioen, dan ontvangt je partner geen partnerpensioen.

 

Houd je partner (weduwe/weduwnaar) bij hertrouwen recht op partnerpensioen?

Ja, je partner houdt levenslang recht op het partnerpensioen.

 

Hoeveel bedraagt het wezenpensioen?

Als je overlijdt tijdens je dienstverband bij de AFM, hebben jouw kinderen tot 18 jaar recht op wezenpensioen. Het wezenpensioen bedraagt in beginsel 14% van de nagestreefde (normatieve) opbouw ouderdomspensioen. Dit is het ouderdomspensioen dat je opgebouwd zou hebben als je tot de reguliere pensioendatum in dienst was gebleven. Hierbij wordt er gekeken naar de pensioengrondslag en de arbeidstijd die op het moment van overlijden voor jou van toepassing zijn. Het wezenpensioen berekenen wij op de volgende manier:

·         14% van het ouderdomspensioen dat je tot het moment van overlijden hebt opgebouwd;

·         het op moment van overlijden geldende opbouwpercentage wezenpensioen per jaar van de toekomstige pensioenopbouw (14% van 1.875% = 0.2625%). Dit zijn de jaren tussen het moment van overlijden en je pensioendatum als je in dienst was gebleven.

Hoeveel dat precies is kun je lezen in het jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht onder het kopje ‘Bij overlijden voor de pensioendatum’.

Klik door naar laag 3

Word je arbeidsongeschikt? Dan gaat je pensioenopbouw (gedeeltelijk) door, maar je betaalt dan zelf geen premie meer. 

Arbeidsongeschiktheid

Raak je volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt tijdens je dienstverband bij de AFM? Dan wordt de opbouw van het ouderdomspensioen premievrij voortgezet. Dit betekent dat je ouderdomspensioen blijft opbouwen alsof je niet arbeidsongeschikt bent.

Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan gaat de premievrije pensioenopbouw door voor het percentage dat je arbeidsongeschikt bent. Ga je uit dienst terwijl je arbeidsongeschikt bent? Zolang je arbeidsongeschikt bent, wordt je pensioenopbouw voortgezet voor hetzelfde percentage dat je arbeidsongeschikt bent, tot het moment dat je met pensioen gaat. Ook voor de premievrije voortzetting van het ouderdomspensioen bij arbeidsongeschiktheid geldt dat de grondslag waarover het pensioen kan worden opgebouwd, is gemaximeerd op € 103.317,- (2017).

Klik door naar laag 3

Wil je precies weten wat onze pensioenregeling biedt? Bekijk dan het pensioenreglement.

Wat krijg je in onze pensioenregeling niet?

Word je arbeidsongeschikt? Dan krijg je geen arbeidsongeschiktheidspensioen van ons. Wel heeft de werkgever een WIA-excedent verzekering afgesloten.

Er is geen arbeidsongeschiktheidspensioen

De pensioenregeling voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als je  arbeidsongeschikt wordt, is er dus in aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA) geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Wel heeft de werkgever zelf een WIA-excedent verzekering afgesloten.

Klik door naar laag 3

Hoe bouw je pensioen op?

Je bouwt op drie manieren pensioen op:

A. AOW: dit pensioen krijg je van de overheid. Op www.svb.nl lees je meer over de AOW.
B. Pensioen bij Pensioenfonds AFM. Dit pensioen bouw je op via je werkgever AFM. Hierover gaat dit Pensioen 1-2-3.
C. Pensioen dat je zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen. 

A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid, voor iedereen die in de 50 jaar voor de ingangsleeftijd van de AOW in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl voor je AOW-leeftijd. De AOW-bedragen worden jaarlijks aangepast. Kijk voor de bedragen en voor verdere informatie over de AOW op www.svb.nl. Let op: heb je niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan je AOW lager uitvallen.

B. Het pensioen dat je via je werk opbouwt

De hoogte van dit pensioen vind je op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvang je één keer per jaar zolang je pensioen opbouwt bij Pensioenfonds AFM. Op het UPO staat het ouderdomspensioen dat je tot nu hebt opgebouwd. Ook staat hier het pensioen dat je op AOW-gerechtigde leeftijd ontvangt als je tot je AOW pensioen blijft opbouwen bij Pensioenfonds AFM. Op het UPO vind je ook gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor je partner en kinderen als je overlijdt. Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vind je een overzicht van al het pensioen dat je al hebt opgebouwd in de banen die je hebt gehad.

C. De pensioenaanvulling waar je zelf voor zorgt

Je kunt zelf een aanvulling regelen op je AOW en het pensioen dat je opbouwt via je werk. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering – zoals een lijfrente – af te sluiten.

Klik door naar laag 3

Ieder jaar bouw je uit je salaris een stukje van je pensioen op. Het pensioen dat je zo in totaal opbouwt, is de optelsom van al die stukjes. Vanaf je pensioendatum ontvang je dit pensioen zo lang je leeft. Het pensioen dat je jaarlijks opbouwt wordt bepaald door de hoogte van de premie. De werkgever heeft zich uitsluitend verplicht een vaste premie te betalen en is niet verantwoordelijk voor het aanvullen van eventuele premie- of dekkingstekorten om het beoogde streefopbouw % en eventuele toeslagen te bekostigen. Een dergelijke regeling heet een collectieve beschikbare premieregeling (CDC).

Je bouwt pensioen op in een collectieve beschikbare premie-regeling

Ieder jaar bouw je pensioen op over een deel van het loon dat je in dat jaar hebt verdiend. Je bouwt niet over je hele loon pensioen op. Je pensioenuitvoerder houdt namelijk rekening met de AOW die je van de overheid ontvangt als je met pensioen gaat. Het deel van je loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. 

Daarnaast mag je pensioen opbouwen over je loon tot € 103.317,- (2017). 

Het pensioen dat je jaarlijks opbouwt wordt bepaald door de hoogte van de premie. Wij streven naar een pensioenopbouw van 1,875%. Als de premie in een jaar onvoldoende is,  bouw je een lager percentage aan pensioen op. Het totale pensioen dat je zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie en minus de eventuele kortingen op je pensioenopbouw. Vanaf je pensioendatum ontvang je elke maand pensioen zo lang je leeft. Je pensioen kan gekort worden als er onvoldoende rendement uit beleggingen is. Dit heet een collectieve beschikbare premie regeling.

Klik door naar laag 3

Je bouwt jaarlijks een deel van je uiteindelijke pensioen op. Dat doe je niet over je hele loon. Over € 13.123,- bouw je in 2017 geen pensioen op. Dit 'drempelbedrag', ook wel franchise genoemd,  is ongeveer gelijk aan de AOW-uitkering die je vanaf je AOW-leeftijd van de overheid ontvangt. Over het loon min het drempelbedrag  bouw je jaarlijks een percentage  aan pensioen op. Wij streven naar een pensioenopbouw van 1,875%. Als de premie in een jaar onvoldoende is, bouw je een lager percentage pensioen op. De hoogte van de pensioenopbouw wordt jaarlijks door het bestuur bepaald.

Opbouwpercentage

Ieder jaar bouw je pensioen op over een deel van het loon dat je in dat jaar hebt verdiend. Het deel van jouw loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Voor het deel van het loon minus de franchise en lager dan het maximum van € 101.519,- (2016) streven wij naar een pensioenopbouw van 1,875%. Voor deze pensioenopbouw betaalt de AFM jaarlijks een vaste premie. Als deze beschikbare premie in een jaar onvoldoende is, bouw je in dat jaar minder pensioen op. We noemen een regeling met een dergelijke systematiek een collectieve beschikbare premieregeling.

 

Rekensom

Stel, je bent 35 jaar en je pensioensalaris *) is in 2016: € 62.953,-
De franchise in 2016: € 12.953,- -/-
Je pensioengrondslag is dan: € 50.000,-

 

Hierover bouw je in 2016 1,875% aan ouderdomspensioen op = € 937,5. Oftewel, als je precies 1 jaar bij de AFM hebt gewerkt, dan ontvang je vanaf je pensioengerechtigde leeftijd, jaarlijks € 937,5 tot aan je overlijden. Als je ooit minder gaat werken dan ga je ook minder pensioen opbouwen.

*) Pensioensalaris is 12 maal het maandsalaris inclusief vakantiegeld en 13e maand (nooit meer dan € 101.519,-)

Klik door naar laag 3

Je betaalt elke maand premie voor je pensioen. Je werkgever doet dat ook. Het pensioenfonds ontvangt in totaal een premie van 25%. Deze premie is voor 10 jaar afgesproken in het overleg tussen werknemers en werkgevers. Bij ons pensioenfonds betaal je 6% van de premie en de werkgever betaalt de rest. Ieder jaar wordt jouw bijdrage opnieuw vastgesteld volgens een vaste rekenmethode. Op AFM intranet vind je actuele informatie over hoeveel je betaalt en hoeveel je werkgever betaalt. De premie die je zelf betaalt, vind je terug op je loonstrook. 

Jij en je werkgever betalen beiden voor je pensioen

Jij en je werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. In feite is de premie de prijs van je pensioen. AFM betaalt jaarlijks een vastgestelde premie die gebaseerd is op een vaste rekenmethode. Blijkt dat deze premie niet genoeg is? Dan bouw je in dat jaar minder pensioen op. De vastgestelde premie voor AFM is 25% van de som van de voor alle deelnemers geldende pensioensalarissen. Hier wordt geen rekening gehouden met het maximum pensioengevend salaris. Deze premie  is voor 10 jaar afgesproken in het overleg tussen werknemers en werkgevers.

Jouw deel van je pensioenpremie houdt je werkgever maandelijks in op je bruto loon. Het exacte bedrag staat op je loonstrook. De premie die je werkgever betaalt staat niet op je loonstrook. Je eigen bijdrage is een percentage van het pensioensalaris met toepassing van het maximum pensioengevend salaris:

  • 5% voor medewerkers in dienst op 31 december 2015.
  • 6% voor medewerkers in dienst op of na 1 januari 2016. 

Werk je in deeltijd? Dan is je bijdrage aangepast aan je deeltijdpercentage. Meer informatie over de premie vind je in het reglement.

Klik door naar laag 3

Welke keuzes heb je zelf?

Verander je van baan? Dan kun je jouw opgebouwde pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder.

Waardeoverdracht

Als je nieuw in dienst komt kun je waardeoverdracht aanvragen. Met een waardeoverdracht neem je het pensioen dat je bij een vorige werkgever hebt opgebouwd mee naar de pensioenregeling van de AFM.


Als je bij de AFM in dienst komt, krijg je een formulier toegestuurd waarmee je de waarde van het eerder opgebouwde pensioen kunt overdragen. Je geeft met dat formulier Pensioenfonds AFM opdracht uit te zoeken hoeveel pensioenrechten je bij de vorige werkgever hebt staan. Pensioenfonds AFM rekent vervolgens uit hoeveel pensioen je daarvoor in de pensioenregeling van de AFM krijgt. Je ontvangt eerst een opgave/offerte en pas als je akkoord gaat, vindt overdracht naar pensioenfonds AFM plaats.
 

Waardeoverdracht is een wettelijk recht. De vorige pensioenuitvoerder zal dus altijd meewerken aan waardeoverdracht. Als de dekkingsgraad van je vorige of je nieuwe pensioenuitvoerder beneden de 100% is, mag er geen waardeoverdracht plaatsvinden. De waardeoverdracht vindt dan pas plaats op het moment dat de dekkingsgraad van beide pensioenuitvoerders 100% of meer is.

 

Wil je een deel van je ouderdomspensioen omruilen voor partnerpensioen voor je partner? Dat kan op je pensioendatum.

Klik door naar laag 3

Wil je een deel van je ouderdomspensioen omruilen voor partnerpensioen voor je partner? Dat kan op je pensioendatum en bij ontslag.

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen

Ga je eerder met pensioen en is er geen of te weinig partnerpensioen voor je partner wanneer je overlijdt? Dan kun je een deel van je ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. Je krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar je partner krijgt dan wel een hoger pensioen als je komt te overlijden nadat je met pensioen bent gegaan. Let op: dit is een eenmalige keuze! Als je eenmaal gekozen hebt om wel of niet te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

Klik door naar laag 3

Wil je een deel van het partnerpensioen van je partner omruilen voor ouderdomspensioen voor jezelf? Dat kan op je pensioendatum.

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Naast ouderdomspensioen bouw je ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom je het partnerpensioen op je pensioendatum wil ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft je partner zelf een goed pensioen, of misschien heb je geen partner (meer). Let op: dit is een eenmalige keuze! Als je eenmaal gekozen hebt om te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als je wél een partner hebt moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze.

Klik door naar laag 3

Wil je eerder of later met pensioen? Dan moet je dit een half jaar voor de gewenste ingangsdatum aanvragen. Bespreek dit met je werkgever.

In de AFM-pensioenregeling ga je met pensioen op de dag waarop je de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, tenzij je hiertegen bezwaar hebt. In dat geval is je pensioendatum de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin je 67 jaar wordt. Voorheen gingen we op de 65e verjaardag met pensioen; nu bepaalt de overheid jaarlijks wat de AOW-gerechtigde leeftijd is. Per 1 januari 2016 is de AOW-leeftijd 65 jaar en 6 maanden. Deze leeftijd stijgt in stappen van 3 maanden en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. In 2021 is de AOW-gerechtigde leeftijd 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Wil je later met pensioen gaan? In dat geval is de uiterste datum waarop je met pensioen kan gelegen vijf jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Over dit uitstel moet dan vooraf wel overeenstemming zijn met de werkgever.

Je mag je pensioen al vanaf 60 jaar laten ingaan. Eerder met pensioen gaan heeft uiteraard financiële gevolgen. Hoe eerder het pensioen ingaat, des te lager wordt de pensioenuitkering. Er wordt immers minder lang premie betaald terwijl je gedurende een langere periode pensioen krijgt. Of je straks genoeg hebt om eerder te kunnen stoppen met werken, is uiteraard geheel afhankelijk van je persoonlijke pensioensituatie en uitgavenpatroon.

Klik door naar laag 3

Wil je je pensioenregeling vergelijken? Bekijk dan de Pensioenvergelijker.

Pensioenvergelijker

Met de pensioenvergelijker kun je makkelijk 2 pensioenregelingen met elkaar vergelijken. Bijvoorbeeld als je een waardeoverdracht wilt doen. 

Klik door naar laag 3

Wil je beginnen met eerst een hoger pensioen? Dat kan je bepalen op je pensioendatum.

Beginnen met een hoger pensioen

Je kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is je ouderdomspensioen lager dan op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat. Let op: dit is een eenmalige keuze! Als je hier eenmaal voor gekozen hebt, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. 

Klik door naar laag 3

Hoe zeker is je pensioen?

De hoogte van je pensioen staat niet vast. Het is mogelijk dat wij onvoldoende geld hebben om je uiteindelijke pensioen te kunnen opbouwen en betalen. Ons pensioenfonds heeft namelijk te maken met onder meer de volgende risico’s:

  • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. We moeten het pensioen daardoor langer uitbetalen.
  • Een lage rente maakt pensioen duurder. Ons pensioenfonds heeft daardoor meer geld nodig om hetzelfde pensioen te kunnen uitbetalen.
  • De resultaten van onze beleggingen kunnen tegenvallen.
  • Op deze website vind je meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad, die gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van je pensioen.

Welke risico’s zijn er?

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die je pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort. 

Het pensioenfonds probeert voorbereid te zijn op de risico’s die je pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat bij veel pensioenfondsen niet goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. We worden namelijk gemiddeld ouder dan waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend. De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen.

Die inschatting maken ze aan de hand van de rente. Hoe lager de rente is, hoe meer geld ze ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder. Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen, waardoor er te weinig geld in kas is om de pensioenen te betalen. Om het pensioen te betalen moet de pensioenuitvoerder de premie beleggen. Aan beleggen zijn beleggingsrisico’s verbonden. De pensioenuitvoerder probeert de beleggingsrisico’s zoveel mogelijk te beheersen. Zo zorgt het pensioenfonds ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan sommige beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden. Er zijn nog meer risico’s waar het pensioenfonds rekening mee moet houden om je pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Het pensioenfonds moet die risico’s dus letterlijk ‘beheersen’.

Klik door naar laag 3

Wij proberen je pensioen elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de lonen. Dit heet indexatie. De voorwaardelijke toeslag wordt betaald uit het rendement op de beleggingen. Of en hoeveel toeslag er wordt verleend is dus onder meer afhankelijk van de financiële positie van het fonds en wordt door het bestuur bepaald. Vanaf 2016 betaalt de werkgever geen aparte premie meer voor indexatie.

  • Over het jaar 2014 per 1 januari 2015: 0,58%
  • Over het jaar 2015 per 1 januari 2016: 1,15%
  • Over het jaar 2016 per 1 januari 2017: 1,43%

 

Indexatie

Een aanvullende premie voor indexatie wordt per 1 januari 2016 alleen nog betaald voor werknemers die al in 2015 in dienst waren en zolang zij in dienst blijven. Deze overgangsmaatregel geldt voor 10 jaar. Het pensioen van inactieve deelnemers en pensioengerechtigden groeit mee met de prijsindex tot een maximum van 6%, voor zover de beleggingen het toelaten. Het bestuur beslist hierover.

Welvaartsvast pensioen

Normaal gesproken wordt geld elk jaar iets minder waard. Je kunt met hetzelfde bedrag in 2017 iets minder kopen dan in 2016. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert het pensioenfonds jaarlijks een toeslag te verlenen op je opgebouwde pensioen. Het pensioenfonds streeft er naar het opgebouwde pensioen voor werknemers jaarlijks mee te laten groeien met de collectieve loonsverhoging. Wij noemen dit een welvaartvast pensioen. [Als je niet meer in dienst bent bij de AFM, dan streeft het pensioenfonds om het opgebouwde pensioen mee te laten groeien met de prijsinflatie.] Het pensioenfonds kent een voorwaardelijk toeslagbeleid. De toeslag is afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds en wordt betaald met het rendement op de beleggingen. Elk jaar bepaalt het bestuur of en in hoeverre de financiële positie van het fonds toereikend is om de pensioenen te verhogen. 

De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen voor werknemers geïndexeerd uit een aparte premie van de werkgever. Vanaf 2016 betaalt de werkgever geen aparte premie meer voor indexatie.

  • Over het jaar 2013 per 1 januari 2014: 0,58%
  • Over het jaar 2014 per 1 januari 2015: 0,58%
  • Over het jaar 2015 per 1 januari 2016: 1,15%
  • Over het jaar 2016 per 1 januari 2017: 1,43%

De pensioenen voor pensioengerechtigden en slapers hebben wij de afgelopen jaren als volgt geindexeerd:

  • Over het jaar 2013 per 1 januari 2014: 0,00%
  • Over het jaar 2014 per 1 januari 2015: 0,00%
  • Over het jaar 2015 per 1 januari 2016: 0,00%
  • Over het jaar 2016 per 1 januari 2017: 0,00%
Klik door naar laag 3

Als we een tekort hebben, nemen we één of meer van de volgende maatregelen:

  • Je bouwt minder pensioen op.
  • Je pensioen groeit niet mee met de stijging van de lonen.
  • De pensioenregeling wordt gewijzigd.
  • Je pensioen gaat omlaag. We doen dit alleen in het uiterste geval.

Als er een tekort is

Het pensioenfonds kan ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komen om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. De pensioenuitvoerder heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: geen toeslag verlenen of de pensioenopbouw verlagen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. In het uiterste geval kan het pensioenfonds besluiten je opgebouwde pensioen of pensioenuitkering te verlagen.

Klik door naar laag 3

Welke kosten maken wij?

Pensioenfonds AFM maakt de volgende kosten om de pensioenregeling uit te voeren:

  • Kosten voor de uitvoering van de pensioenregeling.
  • Kosten voor vermogensbeheer.

Pensioenfonds AFM maakt verschillende kosten. Het gaat om kosten voor het uitvoeren van de pensioenregeling en de kosten voor vermogensbeheer. Onder uitvoeringskosten vallen bijvoorbeeld de kosten voor de administratie, de uitbetaling van de pensioenen en het berekenen van de premies. Ook maken wij kosten voor de communicatie en het besturen van het pensioenfonds.

Onder kosten voor vermogensbeheer vallen de kosten die wij betalen aan de vermogensbeheerder die het pensioenvermogen voor ons belegt en transactiekosten. Onder vermogensbeheerkosten vallen ook kosten voor de actuaris, die berekent hoeveel geld het pensioenfonds moet hebben om de pensioenen te betalen.

Lees meer over de uitvoeringskosten

Klik door naar laag 3

Wanneer moet je in actie komen?

Als je van baan verandert. Je kunt je eerder opgebouwde pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. 

Als u verandert van pensioenuitvoerder

Als je van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kun je ervoor kiezen om je opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doe je bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Laat je hier vooraf goed over informeren.

Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van je huidige en van je nieuwe pensioenuitvoerder. Als je besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft je pensioen staan bij Pensioenfonds AFM en wordt het vanaf je 67ste (1e dag van de maand volgend op de maand waarin u 67 jaar wordt) uitbetaald. Je betaalt geen premie meer en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van je nieuwe werkgever. Het opgebouwde pensioen dat bij het AFM-pensioenfonds achterblijft wordt premievrij en vanaf dat moment voorwaardelijk met de prijsindex verhoogd.

Klik door naar laag 3

Als je arbeidsongeschikt wordt. 

Als je arbeidsongeschikt wordt

Raak je volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt tijdens je dienstverband bij de AFM? Dan zal de opbouw van het ouderdomspensioen premievrij worden voortgezet. Dit betekent dat je ouderdomspensioen blijft opbouwen alsof je niet arbeidsongeschikt bent. Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan gaat de premievrije pensioenopbouw door voor het percentage dat je arbeidsongeschikt bent. Ga je uit dienst terwijl je arbeidsongeschikt bent?

Zolang je arbeidsongeschikt bent, wordt je pensioenopbouw voortgezet voor hetzelfde percentage dat je arbeidsongeschikt bent, tot het moment dat je met pensioen gaat.

Klik door naar laag 3

Als je gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat. 

Als je gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat

Als je gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat, heeft je partner automatisch recht op partnerpensioen. Het partnerpensioen bedraagt in beginsel 70% van het ouderdomspensioen dat je zou krijgen als je tot je pensioen in dienst was gebleven. Hoeveel dat precies is kun je lezen in het jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht onder het kopje ‘Bij overlijden voor de pensioendatum’.
 
Let op: als je samenwoont komt je partner niet automatisch in aanmerking voor partnerpensioen. Alleen als je meer dan 5 jaar samenwoont of een notarieel samenlevingscontract hebt,  is diegene waar je mee samenwoont ook partner in het kader van de pensioenregeling. Je moet je partner dan wel aanmelden bij het pensioenfonds. Het pensioenfonds keert alleen partnerpensioen uit als het notariële samenlevingscontract 1 jaar of langer van kracht is.

Klik door naar laag 3

Als je gaat scheiden, of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt. 

Wat gebeurt er met het partnerpensioen?

Als jij en je partner uit elkaar gaan, stopt de opbouw van het partnerpensioen voor deze partner. De ex-partner houdt wel recht op het opgebouwde partnerpensioen tot het moment van de scheiding. Dit heet bijzonder partnerpensioen. Dit geldt ook voor samenwonende partners die zich hadden aangemeld bij het pensioenfonds.

Na de scheiding blijf je partnerpensioen opbouwen voor een eventuele volgende partner. Deze nieuwe opbouw voor een eventuele volgende partner kun je bij pensioen ook inzetten voor een hoger eigen ouderdomspensioen.

Wat gebeurt er met het ouderdomspensioen?

Ouderdomspensioen valt onder de wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. Deze wet bepaalt dat je ex-partner recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen dat je tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd. Bij de scheiding kunnen je ex-partner en jij ook andere afspraken maken over de verdeling van het ouderdomspensioen dat je tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd. 

Klik door naar laag 3

Als je verhuist naar het buitenland
 

Meld dit dan aan het pensioenfonds en bespreek wat de gevolgen zijn voor je pensioen. Informatie over de gevolgen voor je AOW vraag je op bij de Sociale Verzekeringsbank via www.svb.nl.

Let op: ook als je binnen het buitenland verhuist moet je dat doorgeven aan het pensioenfonds.

Klik door naar laag 3

Als je werkloos wordt.
 

Als je stopt met werken bij de AFM berekent pensioenfonds AFM hoeveel je aan pensioenrechten hebt opgebouwd. Pensioenfonds AFM stelt per de ontslagdatum vast hoeveel ouderdomspensioen en hoeveel partnerpensioen er is opgebouwd. Je ontvangt dan een brief met een overzicht van je opgebouwde pensioenrechten.

Het pensioen wordt, als de financiële positie van het pensioenfonds dat toestaat, jaarlijks verhoogd met de CBS–inflatie-index (CPI Alle Huishoudens). Je kunt het pensioen voor je AOW-gerechtigde leeftijd laten ingaan, maar niet eerder dan met 60 jaar. Je krijgt dan natuurlijk wel een lagere pensioenuitkering.

Klik door naar laag 3

Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen je hebt opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen je hebt opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Klik door naar laag 3

Voor vragen over je pensioen en de pensioenregeling kan je bellen met de afdeling pensioenservice via 020 426 63 70 of mailen naar  pensioenservice@pensioenfondsafm.nl.

Voor vragen over je pensioen en de pensioenregeling kan je bellen met de afdeling pensioenservice via 020 426 63 70 of mailen naar  pensioenservice@pensioenfondsafm.nl.

Klik door naar laag 3

Waarmee kunnen wij u helpen?

Direct een vraag stellen

Zoekveld

Nieuwsalert

Blijf op de hoogte van uw pensioen

Aanmelden